Cloudproviders bieden verschillende servicelagen, afhankelijk van hoeveel je zelf wilt beheren. Deze staan bekend als cloudservicemodellen, en de meeste vallen in een van drie categorieën:
Infrastructuur als een dienst (IaaS) Krijg toegang tot essentiële bouwblokken zoals virtuele machines, netwerken en
cloudopslag. Je beheert het besturingssysteem, de apps en de gegevens. De provider beheert de hardware.
Een veelvoorkomend voorbeeld van
IaaS op Azure zijn Virtual Machines, waarmee je Windows of Linux in de cloud kunt uitvoeren. Je kunt de rekenkracht, het geheugen en de opslag instellen zodat ze bij je workload passen en vervolgens opschalen wanneer dat nodig is.
Platform as a Service (PaaS) PaaS biedt je een kant-en-klare omgeving om apps te bouwen en te implementeren zonder infrastructuur te beheren.
Azure App Service, een bekend
PaaS-voorbeeld, wordt gebruikt om web- en mobiele apps te hosten. Het bevat load balancing, automatische updates en integratie met ontwikkelhulpprogramma's.
Software as a Service (SaaS) SaaS levert volledige toepassingen via internet. Deze zijn direct klaar voor gebruik, zonder dat er iets ingesteld hoeft te worden.
Microsoft 365 is een bekend voorbeeld van
SaaS, met hulpprogramma's zoals Word, Excel en Outlook, allemaal toegankelijk via een browser of mobiel apparaat.
De meeste organisaties gebruiken een mix van alle drie, afhankelijk van hun doelen.