Hybride CI/CD met Azure Stack

Het implementeren van een aanpak van continue integratie/continue implementatie (CI/CD) voor het gebruiken van toepassingen wordt moeilijk wanneer on-premises toepassingen op een andere manier worden gemaakt en uitgevoerd dan cloudtoepassingen. Organisaties kunnen veel eenvoudiger een CI/CD-praktijk implementeren wanneer deze beschikken over een consistente reeks ontwikkelhulpmiddelen en -processen in de gehele openbare Azure-cloud en on-premises in Azure Stack-omgevingen. Wanneer apps en services op de juiste wijze in Azure en Azure Stack zijn geïmplementeerd, zijn deze in principe onderling verwisselbaar en kunnen ze op beide locaties worden gebruikt.

Hybride CI/CD met Azure StackHet implementeren van een aanpak van continue integratie/continue implementatie (CI/CD) voor het gebruiken van toepassingen wordt moeilijk wanneer on-premises toepassingen op een andere manier worden gemaakt en uitgevoerd dan cloudtoepassingen. Organisaties kunnen veel eenvoudiger een CI/CD-praktijk implementeren wanneer deze beschikken over een consistente reeks ontwikkelhulpmiddelen en -processen in de gehele openbare Azure-cloud en on-premises in Azure Stack-omgevingen. Wanneer apps en services op de juiste wijze in Azure en Azure Stack zijn geïmplementeerd, zijn deze in principe onderling verwisselbaar en kunnen ze op beide locaties worden gebruikt.123455

Een technicus brengt wijzigingen aan in de toepassingscode en ARM-sjabloon.

De code en ARM-sjabloon worden aangemeld in Git voor Visual Studio Team Services.

Continue integratie activeert de app-versie en moduletests.

De trigger voor continue implementatie regelt de implementatie van app-artefacten met omgevingsspecifieke parameters.

Implementatie in de App Service-functie van zowel Azure als Azure Stack.

  1. 1 Een technicus brengt wijzigingen aan in de toepassingscode en ARM-sjabloon.
  2. 2 De code en ARM-sjabloon worden aangemeld in Git voor Visual Studio Team Services.
  3. 3 Continue integratie activeert de app-versie en moduletests.
  1. 4 De trigger voor continue implementatie regelt de implementatie van app-artefacten met omgevingsspecifieke parameters.
  2. 5 Implementatie in de App Service-functie van zowel Azure als Azure Stack.

Begeleiding bij implementatie

Gerelateerde architecturen voor oplossingen

Hybride identiteit met Azure StackDe behoefte om toepassingsonderdelen on-premises te houden, hoeft geen beletsel te zijn om cloudtechnologieën in te voeren. Met Azure Stack kunnen app-onderdelen on-premises blijven bij hun interactie met onderdelen die in de openbare Azure-cloud draaien. Met deze blauwdruk kunnen teams de identiteit van gebruikers en toepassingen op een manier beheren die consistent is in meerdere clouds.12334556

Hybride identiteit met Azure Stack

De behoefte om toepassingsonderdelen on-premises te houden, hoeft geen beletsel te zijn om cloudtechnologieën in te voeren. Met Azure Stack kunnen app-onderdelen on-premises blijven bij hun interactie met onderdelen die in de openbare Azure-cloud draaien. Met deze blauwdruk kunnen teams de identiteit van gebruikers en toepassingen op een manier beheren die consistent is in meerdere clouds.