Kan ik mijn huidige Azure Maps-account wijzigen van S0 in S1?

U kunt de configuratie van uw Azure Maps-account op elk moment wijzigen. Raadpleeg de documentatie over de prijscategorie van uw Azure Maps-account beheren voor instructies over hoe u wijzigingen wilt aanbrengen in Azure Portal.

Related questions and answers

  • Voor alle API's in de laag S1 wordt een vast tarief van $5 per 5 transacties in rekening gebracht. Meer informatie over Azure Maps

  • Wanneer u Site Recovery gebruikt, , berekent u de kosten door voor de Site Recovery-licentie, Azure-opslag, opslagtransactie en uitgaande gegevensoverdracht. De Site Recovery-licentie geldt per beschermde instantie, waarbij 'instantie' een virtuele machine of een fysieke server is.

    • Als een virtuele-machineschijf wordt gerepliceerd naar een standaardopslagaccount, worden de kosten voor Azure-opslag gebruikt voor het verbruik van de opslagruimte. Als de bronschijf bijvoorbeeld 1 TB is en er 400 GB opslagruimte wordt gebruikt, creëert Site Recovery een VHD van 1 TB in Azure, maar betaalt u voor de 400 GB aan opslagruimte (plus het bedrag voor de opslagruimte die voor replicatielogboeken wordt gebruikt).
    • Als een virtuele-machineschijf naar een premium opslagaccount wordt gerepliceerd, worden de kosten voor Azure-opslag gebruikt voor de ingerichte opslaggrootte, afgerond op de dichtstbijzijnde premium opslagschijfoptie. Als de bronschijf bijvoorbeeld 50 GB is, creëert Site Recovery een schijf van 50 GB in Azure en wijst Azure deze schijf toe aan de dichtstbijzijnde premium opslagschijf (P10). De kosten worden berekend op P10 en niet op de schijf van 50 GB. Meer informatie. Als u premium opslag gebruikt, is tevens een standaardopslagaccount vereist voor de replicatielogboeken. Het bedrag voor de standaardopslagruimte die voor deze logboeken wordt gebruikt, wordt eveneens in rekening gebracht.
    • Er worden geen schijven gecreëerd tot er een (test-)failover plaatsvindt. In de replicatietoestand worden opslagkosten in de categorie ‘Pagina-blob en schijf' in rekening gebracht volgens de opslagprijzencalculator. Deze kosten zijn gebaseerd op het type opslag (premium of standaard) en het type gegevensredundantie (zoals LRS, GRS, RA-GRS, etc.).

    Als u de optie om beheerde schijven te gebruiken bij een failover hebt geselecteerd, worden kosten voor beheerde schijven in rekening gebracht na een (test-)failover. Kosten voor beheerde schijven gelden niet tijdens replicatie. Tijdens replicatie worden kosten voor opslag in rekening gebracht in de categorie Onbeheerde schijven en pagina-blobs. Deze kosten zijn gebaseerd op het type opslag (premium of standaard) en het type gegevensredundantie (zoals LRS, GRS, RA-GRS, etc.). Voorbeeld: Voor een virtuele machine die wordt gerepliceerd naar Premium Storage met een schijf van 128 GB met het besturingssysteem en een gegevensschijf van 500 GB: 1. Tijdens replicatie: Voor opslag gelden extra kosten onder de categorie Onbeheerde schijven en pagina-blobs voor Premium Storage-schijven P10 en P20. De grootte van de schijven die worden gerepliceerd (128 GB en 500 GB) worden voor facturatie afgerond naar de dichtstbijzijnde onbeheerde premium schrijfgrootte van P10 (128 GB) en P20 (512 GB). Er wordt ook een standaardopslagaccount gebruikt voor het vastleggen van logboeken over deltawijzigingen tijdens replicatie. Voor opslag worden bovendien extra kosten gefactureerd onder de categorie Onbeheerde schijven en pagina-blobs op basis van de hoeveelheid standaardopslagruimte die voor deze logboeken wordt gebruikt. 2. Tijdens een testfailover of na een failover naar beheerde schijven: Kosten voor beheerde schijven voor de beheerde Premium-schijven P10 en P20 zijn van toepassing. Voorbeeld: voor een virtuele machine die wordt gerepliceerd naar standaard opslag met een schijf van 32 GB met het besturingssysteem en een gegevensschijf van 250 GB: 1. Tijdens replicatie: kosten voor opslag worden in rekening gebracht in de categorie Onbeheerde schijven en pagina-blobs. 2. Tijdens een testfailover of na een failover naar beheerde schijven: Kosten voor beheerde schijven voor de beheerde Standard-schijven S4 (32 GB) en S15 (256 GB) zijn van toepassing. Zoals u ziet is de grootte van de schijven (32 GB en 250 GB) afgerond naar de dichtstbijzijnde standaard beheerde schijf van S4 (32 GB) en S15 (256 GB).

    • Als de optie om beheerde schijven te gebruiken tijdens een failover niet is geselecteerd, worden opslagkosten in de categorie 'Onbeheerde schijven en pagina-blobs' volgens de Opslagprijzencalculator in rekening gebracht nadat de failover heeft plaatsgevonden. Deze kosten zijn gebaseerd op het type opslag (premium of standaard) en het type gegevensredundantie (zoals LRS, GRS, RA-GRS, etc.).
    • Opslagtransacties worden in rekening gebracht tijdens replicatie in de rustige toestand en voor regelmatige virtuele-machinebewerkingen na een (test-)failover. Deze kosten zijn verwaarloosbaar. Er worden ook kosten in rekening gebracht tijdens een testfailover, waarbij de kosten voor de virtuele machine, opslag, uitgaand verkeer en opslagtransacties worden toegepast.
  • Ontdek hoe u een aangepast domein kunt toewijzen.

  • Raadpleeg de documentatie voor ExpressRoute voor de toewijzing van ExpressRoute-peeringlocatie naar zone.

  • In de CSDM (Cloud Service Dependency Map) worden kritieke systeemafhankelijkheden, zowel upstream als downstream, beschreven die uw cloudservices kunnen beïnvloeden. Hiermee kan uw IT-staf gemakkelijker potentiële problemen herkennen voordat deze optreden, en problemen sneller oplossen wanneer deze zich voordoen.

  • Telkens wanneer een gebruikers toegang verkrijgt tot uw toepassing, wordt een DNS-query gebruikt om de naam van uw service toe te wijzen aan het bijbehorende IP-adres. Door verschillende reacties te geven op verschillende DNS-query's kunt u met Traffic Manager van Azure inkomend verkeer routeren langs meerdere door Azure gehoste services, of deze nu worden uitgevoerd in hetzelfde datacenter of in datacentra op andere plaatsen in de wereld. Met Traffic Manager kunt u kiezen uit verschillende routeringsmethoden voor verkeer, waaronder Prestaties, Failover en Round Robin. Door deze verschillende methoden te gebruiken om het verkeer effectief te beheren, kunt u er zeker van zijn dat uw toepassingen snel werken, een hoge beschikbaarheid bieden en zeer flexibel zijn.